stichting URANTIA nederlandstalig

 

De laatste nieuwsbrief:

Nieuwsbrief januari 2019

Abonneer u op de nieuwsbrief

U kunt zich gratis abonneren op onze nieuwsbrief.

Diepgaande studie van het Urantia Boek in studiegroepen

Dit artikel is een vertaling van George Michelson — Duponts “Étude approfondie du Livre D'Urantia en groupe d'étude” welke is vertaald door Ensemble Traduit.

De geschiedenis van de Urantia beweging

De geschiedenis van de Urantia beweging is een vertaling van A History of the Urantia Movement door Dr. William Sadler, vertaald door Mw. R. Hanekroot.

What is the New Philosophy of Living Project?

Het “Project Nieuwe Levensfilosofie” (ook wel Project 2:7.10, naar citaat (43.3) 2:7.10 uit het Urantia Boek), betreft een explorerend artikel om een nieuwe levensfilosofie te construeren.

Originele Concepten in het Urantia Boek

Waarin onderscheidt het Urantia Boek zich? Vanwege de 64 concepten en doctrines die nieuw en origineel zijn zoals gepresenteerd in het Urantia Boek en meer.

Korte samenvatting van filosofie in het Urantia Boek

Een overzicht van een verkennende studie door Dr. Jeffrey Wattles in een vertaling van Bert Volkers.

De bijzondere gedachtenrichter

De onderstaande tekst is de rede die Henry Mensink heeft gehouden op 21 augustus 2012 in Antropia, Driebergen, tijdens de jaarlijkse bijeenkomst die als thema “De Gedachtenrichter” had.

 

De bijzondere gedachtenrichter

Driebergen, 21 augustus 2012
Henry Mensink

Beste mensen, vrienden,

Ik heb mijn bijdrage: “De bijzondere gedachtenrichter” genoemd.

Even voor de goede orde, mochten er onder u mensen aanwezig zijn die me nog niet kennen: ik ben Henry Mensink, zoals al aangekondigd door Samantha en ik ben naast een heleboel andere dingen zoals vader; echtgenoot; minnaar; vriend; leraar enz. secretaris van deze club.

Ik begin mijn referaat met een citaat uit het Urantiaboek en zal over een kwartier, twintig minuten, ook met een citaat afsluiten. Ogenschijnlijk lijkt dit citaat niet op deze dag en dit thema te slaan maar het staat niet voor niets in ons geliefde boek en aangezien alles met alles samenhangt, is dit ook toepasbaar op ons, deze dag en ons thema:

De primitieve mens is een slaaf van de natuur, maar de natuurwetenschappelijke civilisatie schenkt de mensheid langzaam aan steeds meer vrijheid. Door dieren, vuur, wind, water, elektriciteit en andere nog niet ontdekte energiebronnen, heeft de mens zichzelf bevrijd van de noodzaak om niet aflatende zware arbeid te verrichten, en hij zal voortgaan zich hiervan te bevrijden. Ongeacht de voorbijgaande moeilijkheden die voortkomen uit de overvloedige uitvinding van machines, zijn de uiteindelijke voordelen van deze mechanische uitvindingen van onschatbare waarde. De civilisatie kan nooit tot bloei komen, en zeker niet bestendig worden, zolang de mens geen vrije tijd heeft om na te denken, plannen te maken en nieuwe, betere methoden te bedenken om de dingen te doen.
(902.4) 81:2.14

En daar zitten we dan, in onze vrije tijd, precies datgene te doen wat we ”moeten“, tussen aanhalingstekens, doen. Tijd vrij maken voor datgene wat belangrijk en zinvol is. Ik beschouw vrije tijd als vrijgemaakte tijd, tijd die wij als vrije mensen vrij maken voor zinvolle zaken. Zo beschouwd moet je werk ook vrijgemaakte tijd zijn. Maar dat terzijde, hoe zinvol ook om hierover te debatteren. Echter: daar zijn we vandaag niet echt voor gekomen.

We zijn natuurlijk vandaag bijeen om de verjaardag van Christus Michael te vieren en om over het Urantiaboek te filosoferen en dan met name over de Gedachtenrichters. Eerst een volgend citaat uit het UB en nu gaat het dan wel over de Gedachtenrichters.

Kunt ge de ware betekenis van de inwoning van de Richter werkelijk beseffen? Kunt ge werkelijk doorgronden wat het betekent om een absoluut fragment van de absolute, oneindige Godheid, de Universele Vader, in uw eindige, sterfelijke natuur te hebben wonen en daarmee te fuseren?
(1181.3) 107:4.7

De vraag stellen is hem beantwoorden is een populair gezegde maar gaat het hier niet veeleer om het aloude filosofische principe op dat een antwoord onmiddellijk tientallen andere vragen oproept?

Misschien weten we aan het eind van deze dag meer of denken we meer te weten of en dat hoop ik eigenlijk, gaan we met een hoop vragen naar huis. Vragen die niet zozeer om een antwoord vragen maar wel reflectie vergen en hopelijk enig zelfinzicht verschaffen.

Thought Adjusters: Gedachtenrichters, prachtig vertaald door de heer Begeman. Wat is een Gedachtenrichter en wat doet een Gedachtenrichter? De centrale vraag van vandaag.

Alleen in het UB zijn afzonderlijk vijf papers die in totaal 50 bladzijden beslaan, gewijd aan deze geheimnisvolle mentors, ook al zo´n prachtige benaming. Het criterium dat ik hierbij hanteer is dan dat het woord Gedachtenrichter in de titel moet staan. Nu zijn 50 bladzijden van op bijna 2.000 nog niet iets is om van achterover te slaan.

Het zijn echter de hoofdstukken die uitsluitend over de Gedachtenrichters gaan. Verspreid over het boek worden ze vanaf het voorwoord en verhandeling 1 t.m. verhandeling 196 zeer regelmatig genoemd.

Zou ik alle citaten waarin de Gedachtenrichter (of –s) voorkomt op moeten lezen, dan is mijn eerste vraag aan u: “hebt u even?” En: al die citaten achter elkaar gezet zouden een redelijk boekwerkje opleveren. Ga je googelen, krijg je bijna 2.500 hits, voorwaar niet misselijk.

Wat maakt een Gedachtenrichter nu zo bijzonder dat er zoveel over wordt geschreven en dat wij er een hele dag aan wijden? Dat is het Thema van mijn overdenking: De bijzondere Gedachtenrichter.

Toen ik bezig was met de bestudering van dit onderwerp, viel ik van de ene verbazing in de andere. Dat heb ik trouwens continue als ik met dit schitterende boek bezig ben. De diepte en reikwijdte van datgene wat in dit boek staat is onvoorstelbaar en dan ben ik heel erg dankbaar voor het feit dat ik dit boek of anders gezegd, dat het boek mij heeft gevonden.

De Gedachtenrichter is volgens het boek de Goddelijke Vonk die in ieder mens woont of kan wonen. Maar: je moet er wel klaar voor zijn. Volgende vraag: zie je wel, het filosofische principe gaat op.

Wanneer ben je er klaar voor?

Dat verschilt per individu maar gemiddeld genomen is de Richter op de 2.134e dag ofwel vijf jaar, tien maanden en vier dagen na de geboorte van de van de mens klaar voor die mens, beter gezegd: is de mens klaar voor de Richter want op dat moment heeft de mens de eerste morele persoonlijkheidsbeslissing genomen. Dan begint het pas: Ik citeer:

Het bewustzijn is uw schip, de Richter is uw loods, de menselijke wil is de kapitein. De gezagvoerder van het sterfelijke vaartuig moet zo wijs zijn om erop te vertrouwen dat de goddelijke loods de opgaande ziel naar de morontia-havens van de eeuwige overleving zal geleiden. Slechts uit zelfzucht, laksheid en zonde kan ´s mensen wil het geleiden van deze liefdevolle loods verwerpen en uiteindelijk de sterfelijke reis doen eindigen in een schipbreuk op de gevaarlijke, kwalijke klippen van afgewezen genade en op de rotsen van door hem omhelsde zonde. Met uw instemming zal deze trouwe loods u veilig over de barrières van de tijd en over de belemmeringen van de ruimte heen leiden, naar de oorsprong zelve van het goddelijke bewustzijn, en nog verder, naar de Vader der Richters op het Paradijs.
(1217.4) 111:1.9

Mooi gezegd hè? Voorwaar een prachtig perspectief. Het bewustzijn is uw schip en de Richter uw loods. Wat doet de loods of Richter dan en wat merken we ervan? Ik, eerlijk gezegd merk niets van mijn Richter, ik weet niet hoe het met u is? Merkt u er wel eens iets van? Of is het dat stemmetje dat ons zo af en toe waarschuwt en dat we maar beter kunnen volgen omdat het anders misloopt?

Misschien wel, maar Ik weet het niet. Ik weet wel dat de Richter onze vrije wil onaangetast laat en dat is nogal opzienbarend vind ik. De Goddelijke vonk, ook andere religies, zoals het Hindoeïsme kent dat, maar de Richter die in ons woont, laat onze persoonlijkheid onaangetast en dat is een wezenlijk verschil met andere godsdiensten. Dat kan alleen als de Richter voorpersoonlijk is en dus als het ware geen persoonlijkheid heeft of is. Daardoor blijft de mens baas over zichzelf. Wonderlijk toch dat het Goddelijke zich zo manifesteert. Ik citeer:

Iedere sterveling die bewust of onbewust de leiding volgt van de Richter die bij hem inwoont, leeft overeenkomstig de wil van God. Het besef van de tegenwoordigheid van de Richter is het besef van de tegenwoordigheid van God. De eeuwige fusie van de Richter met de evolutionaire ziel van de mens is de feitelijke ervaring van de eeuwige verbintenis met God als een universumpartner van de Godheid.

Je kunt je dus ook bewust zijn van de aanwezigheid van de Richter maar dan ben je al veel verder geëvolueerd dan het stadium waarin wij, ik spreek voor mezelf, momenteel verkeren. We hoeven de leiding van de Richter niet te volgen, we hebben een vrije wil en de Richter zal en kan die nooit aantasten maar verstandig is het wel want: de Richter heeft het beste met ons voor en:

Het is de Richter die in de mens die onstilbare hunkering en dat niet aflatend verlangen schept om zoals God te zijn, om het Paradijs te bereiken, en daar vóór de werkelijke persoon der Godheid de oneindige oorsprong van het goddelijke geschenk te aanbidden. De Richter is de levende tegenwoordigheid die daadwerkelijk de stervelingzoon met zijn Paradijs-Vader verbindt en hem steeds nader tot de Vader trekt. De Richter is onze compenserende vereffenaar van de enorme universumspanning die wordt veroorzaakt door de afstand waarmee de mens van God is verwijderd, en door zijn graad van gedeeltelijkheid, in tegenstelling tot de alomvattendheid van de eeuwige Vader.
(1176.5) 107:0.5

De Richter als postillon d´amour, het is te mooi om waar te zijn en toch is het waar. Dat de Richters toch ietwat voor ons vreemde wezens, persoonlijkheden, hoewel ze voorpersoonlijk zijn, zijn, komt omdat ze deel uitmaken van de essentie van de oorspronkelijke Godheid. Derhalve kan niemand met gezag over hun natuur en oorsprong spreken. Alles wat we weten zijn tipjes van de sluier. Eens zullen we veel meer weten maar wij mensen zijn nieuwsgierig van aard: we willen weten en we zijn ongeduldig.

Volgend tipje dan maar:

De Richter is een absolute essentie van een oneindig wezen, gevangen in het bewustzijn van een eindig schepsel, die afhankelijk van de keuze van zulk een sterveling, deze tijdelijke verbintenis van God en mens uiteindelijk tot voltooiing kan brengen en waarlijk een wezen van een nieuwe orde kan actualiseren, dat voor altijd in het universum kan dienen. De Richter is de goddelijke universumwerkelijkheid die de waarheid dat God de Vader van de mens is, feitelijk maakt. De Richter is ´s mensen onfeilbare kosmische kompas, dat de ziel altijd feilloos de richting wijst naar God.
(1176.6) 107:0.6

Willen we ons laten leiden of wijzen we elke Goddelijke wijzing af? In het eerste geval ligt een fusie op tijd en plaats voor de hand, de mens kan ook kiezen voor een afwijzing en dan ligt overleving niet voor de hand en kan de Richter een ander kiezen voor een nieuw avontuur. Mocht het tot een fusie komen, zijn beiden onafscheidelijk geworden en zijn beiden voor eeuwig verenigd. Toch is er ook één geval bekend van een Richter die twee heren heeft gediend namelijk: Machiventa Melchizedek en Jezus maar die waren zowel Goddelijk als menselijk.

Het is de Richter zelf die ons kiest en daarvoor heeft de Richter drie criteria:

  1. De verstandelijke capaciteit: is het bewustzijn normaal? Wat is het verstandelijke potentieel en kan het individu zich ontwikkelen tot een bonafide wilsschepsel;
  2. De geestelijke perceptie: De vooruitzichten op de ontwikkeling van eerbied, de geboorte en groei van de religieuze natuur. Wat is het potentieel voor de ziel, de waarschijnlijke geestelijke capaciteit tot receptiviteit?
  3. De gecombineerde verstandelijke en geestelijke vermogens. De mate waarin deze beide kwaliteiten dusdanig geassocieerd, gecombineerd kunnen worden, dat er een sterk menselijk karakter ontstaat en er kan worden bijgedragen tot de zekere evolutie van een onsterfelijke ziel met overlevingswaarde.

Gesteld kan worden dat uw Richter u met zorg heeft gekozen in de veronderstelling dat u tot overleving komt en uiteindelijk bewust kiest voor de opklimming naar het Paradijs ….

En:

Gedurende deze gehele schitterende opklimming is de Gedachtenrichter het goddelijke onderpand voor de toekomstige, volledige, geestelijke stabilisatie van de opklimmende sterveling. Ondertussen verschaft de aanwezigheid van de vrije wil van de sterveling aan de Richter een eeuwig kanaal voor de vrijmaking van de goddelijke, oneindige natuur. Nu zijn deze twee identiteiten één geworden; geen gebeurtenis in tijd of eeuwigheid kan de mens en de Richter ooit nog scheiden: zij zijn onafscheidelijk, voor eeuwig gefuseerd.
(1238.5) 112:7.10

Die fusie kan plaatsvinden hier op aarde zoals met Jezus is gebeurd maar het is veel waarschijnlijker dat de fusie pas op één van de woningwerelden plaatsvindt want we moeten wel klaar zijn voor die fusie zoals er voor inwoning, zoals we hebben gezien ook voorwaarden zijn. Het voert in het korte tijdsbestek dat mij is toegewezen te ver om daar uitgebreid op in te gaan.

Aan het eind van mijn betoog wil ik terug komen op het citaat van het begin:

Kunt ge de ware betekenis van de inwoning van de Richter werkelijk beseffen? Kunt ge werkelijk doorgronden wat het betekent om een absoluut fragment van de absolute, oneindige Godheid, de Universele Vader, in uw eindige, sterfelijke natuur te hebben wonen en daarmee te fuseren? Wanneer de sterfelijke mens fuseert met een werkelijk fragment van de existentiële Oorzaak van de totale kosmos, kan er nooit een grens gesteld worden aan de bestemming van zulk een ongekend en onvoorstelbaar partnerschap. In de eeuwigheid zal de mens niet alleen de oneindigheid van de objectieve Godheid ontdekken, doch ook de eindeloze potentialiteit van het subjectieve fragment van deze zelfde God. Altijd zal de Richter bezig zijn het wonder van God te openbaren aan de sterfelijke persoonlijkheid, en er kan nooit een einde komen aan deze verheven openbaring, want de Richter is van God en als God voor de sterfelijke mens.
(1181.3) 107:4.7

Ik wil ten slotte afsluiten met een gedicht van Henriëtte Roland Holst, nog steeds een begrip, zeker onder de ouderen in ons land. Het is een gedicht, geschreven voor WO II en gericht tegen de keer, tegen de hardheid, die toen en helaas nu nog steeds in onze maatschappij alom aanwezig was en is maar zij zegt daarop:

Henriëtte Roland Holst
(1869-1952)

De zachte krachten zullen zeker winnen
in ´t eind —— dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zoo ´t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.

De machten die de liefde nog omkluistren
zal zij, allengs voortschrijdend, overwinnen,
dan kan de groote zaligheid beginnen
die w´als onze harten aandachtig luistren

in alle teederheden ruischen hooren
als in kleine schelpen de groote zee.
Liefde is de zin van ´t leven der planeten

en mensche´ en diere´. Er is niets wat kan storen
´t stijgen tot haar. Dit is het zeekre weten:
naar volmaakte Liefde stijgt alles mee.

 

Ik ben ervan overtuigd dat dit helemaal slaat op de Gedachtenrichters.
Ik dank u voor uw aandacht.

 


 Home | Sitemap | Laatste wijziging: 12 januari 2019