stichting URANTIA nederlandstalig

 

De laatste nieuwsbrief:

Nieuwsbrief november 2017

Abonneer u op de nieuwsbrief

U kunt zich gratis abonneren op onze nieuwsbrief.

Michaël van Nebadon, Zoon van God en Zoon des mensen – Jezus van Nazareth

Dit is de lezing die Johan Vandewalle heeft gehouden op 21 augustus 2016, tijdens de jaarlijkse Urantiadag.

De 7e en laatste zelfschenking van Michaël, de mens Jezus van Nazareth

Dit is titel van de 2e presentatie, die Karen Huigsloot op heeft gehouden op 21 augustus 2016, tijdens de jaarlijkse Urantiadag.

De huidige positie van Michaël van Nebadon …

De citaten van de derde lezing door Ria Sprenger, Ina Terra en Frank van Rooij. De citaten zijn behandeld als ware het een studiegroep bijeenkomst.

Diepgaande studie van het Urantia Boek in studiegroepen

Dit artikel is een vertaling van George Michelson — Duponts “Étude approfondie du Livre D'Urantia en groupe d'étude” welke is vertaald door Ensemble Traduit.

Een nieuwe betekenis van het Kerstfeest

Dit artikel is een vertaling van “The new meaning of Christmas” door Mark Kuliek uit 1994 welke is vertaald door Karen Huigsloot en Liesbeth Steur.

De geschiedenis van de Urantia beweging

De geschiedenis van de Urantia beweging is een vertaling van A History of the Urantia Movement door Dr. William Sadler, vertaald door Mw. R. Hanekroot.

What is the New Philosophy of Living Project?

Het “Project Nieuwe Levensfilosofie” (ook wel Project 2:7.10, naar citaat (43.3) 2:7.10 uit het Urantia Boek), betreft een explorerend artikel om een nieuwe levensfilosofie te construeren.

Originele Concepten in het Urantia Boek

Waarin onderscheidt het Urantia Boek zich? Vanwege de 64 concepten en doctrines die nieuw en origineel zijn zoals gepresenteerd in het Urantia Boek en meer.

Korte samenvatting van filosofie in het Urantia Boek

Een overzicht van een verkennende studie door Dr. Jeffrey Wattles in een vertaling van Bert Volkers.

What is the New Philosophy of Living Project?

By Dr. Jeffrey Wattles
Vertaling: B.P. Volkers (vertaling januari 2015)

Vooraf

Het Project Nieuwe Levensfilosofie wordt ook wel Project 2:7.10 genoemd naar onderstaand citaat (43.3) 2:7.10 uit het Urantia Boek.

De religieuze uitdaging van deze eeuw gaat de vèrziende en vooruitziende mannen en vrouwen met geestelijk inzicht aan, die een nieuwe, aantrekkelijke levensfilosofie zullen durven construeren op basis van de uitgebreide, voortreffelijk geïntegreerde opvattingen van kosmische waarheid, universum-schoonheid en goddelijke goedheid

Voor zover mij bekend, is Wattles de eerste die op bovenstaande citaat publiekelijk reageert met zijn artikel: “What is the New Philosophy of Living Project”.
( Zie hiervoor website: The Urantia Book Fellowship, onder Study / Philosophy ).

Het betreft een explorerend artikel met als doel, het juist verstaan van de betreffende auteur in het UB. Wattles verkent vanuit zijn filosofisch / theologische professie dat stukje tekst uit het UB dat oproept tot de uitdaging van de eeuw om een nieuwe levensfilosofie te construeren. Wattles neemt in alinea’s de betreffende tekst - 2:7.10- tot nadere beschouwing.(43.3) 2:7.10.

Tenslotte:
De beste manier om de bijzondere betekenis te realiseren die de auteurs aan het begrip “denkbeeld” geven is om deel-passages te be-mediteren. Zie hiervoor de betreffende alinea in dit artikel.

Project 2:7.10, Het Project Nieuwe Levensfilosofie

The religious challenge. What a surprise to propose this one as primary! What would you have said if you had been asked what the main religious challenge of this age is? Most religionists would come up with very different answers. Let us not hurriedly nod our agreement with the text and quickly pass on to the next edifying line. In order to discover whether we can understand the author, we must investigate. De religieuze uitdaging. Wat een verrassing om juist deze voor te leggen als belangrijkste! Wat zou u gezegd hebben als de vraag was gesteld wat de belangrijkste religieuze uitdaging van deze tijd is? Het merendeel van de religieuze mensen zou met zeer verschillende antwoorden komen. Laten we niet te snel instemmen met de tekst “de religieuze uitdaging van deze tijd”, en vervolgens overgaan naar de volgende leerzame regel. Om erachter te komen of we de auteur kunnen begrijpen, moeten we onderzoek doen.
The religious challenge. We might have been less shocked if the author had called this the intellectual or philosophic challenge of the age. I can only surmise that progress on this project is important for preachers and religious teachers before, during, and after the spiritual renaissance. De religieuze uitdaging. We zouden wellicht minder geschokt zijn geweest als de auteur het de intellectuele of filosofische uitdaging van de eeuw had genoemd. Ik kan alleen maar gissen dat vorderingen maken op dit denkbeeld belangrijk is voor predikanten en religieuze leerkrachten vóór, tijdens en na de geestelijke *renaissance. *(1450 - 1600).
Note that a religious challenge is not identical to a spiritual one. A spiritual challenge pertains to our coordination with spirit realities; for example, “the great challenge to modern man is to achieve better communication with the divine Monitor that dwells within the human mind” (196:3.31). Religion depends not only on inner spiritual experience but also on truth coming from outside — from epochal revelation and from evolutionary traditions. Religion is the interface of spirituality and culture. Laat duidelijk zijn dat een religieuze uitdaging niet hetzelfde is als een geestelijke uitdaging. Een geestelijk uitdaging heeft te maken met onze afstemming op geestelijke realiteiten; bijvoorbeeld, “de grote uitdaging voor de moderne mens is het bereiken van betere communicatie met de goddelijke Mentor die in het menselijk bewustzijn woont” (196:3.31). Religie hangt niet alleen af van innerlijke geestelijke ervaring maar steunt ook op waarheid van buitenaf — van openbaring en evolutionaire tradities. Religie is het raakvlak tussen spiritualiteit en cultuur.
Trail—blazing is somewhat lonely. It is easy to get off the track in uncharted territory. Most people do not understand or appreciate your project. If you say a few words about it, you may expect the polite approval generally accorded to idealistic projects. If you say much more, people may conclude that you belong where you are — on the margin of the culture. Baanbrekend werk doen is nogal eenzaam. Je kunt gemakkelijk de weg kwijtraken in een gebied dat nog niet in kaart is gebracht. De meeste mensen begrijpen of waarderen je idee niet. Als je er summier over zou vertellen, zou je de beleefde goedkeuring kunnen verwachten die idealistische denkbeelden over het algemeen krijgen. Zeg je er meer over dan kan men concluderen dat je bent waar je hoort te zijn — in de marge van de beschaving.
If the project could be completed in a pleasant weekend seminar, there would be no point in asking for people who will dare to construct this new philosophy. We can only comprehend truth by living it, and a finer philosophy presents greater challenges to the way we live. Als de blauwdruk voltooid zou kunnen worden in een genoeglijk weekend seminar, zou het geen zin hebben om mensen te vragen die deze nieuwe filosofie vorm zouden durven geven. We kunnen waarheid uitsluitend begrijpen door het te leven, en een meer verfijnde filosofie brengt grotere uitdagingen met zich mee voor de wijze waarop we leven.
The religious challenge of this age. This is an age of ideological conflict — published attacks, institutional prejudice, warfare. To be sure, there are many well-balanced, humane, and truly spiritual individuals leading civilization forward. But two thousand years after Christ, there are scientists who regard the acquisition and application of knowledge as the key to solving the world's problems; humanists who believe that enlightened tolerance, rational persuasion, and political power are adequate to the problems of human community; and preachers who teach people to expect miracles when they need to face facts and participate in rational dialogue. De religieuze uitdaging van deze tijd. Het is een tijd van ideologisch conflict — aanvallen met woorden en institutionele vooroordelen, oorlogvoering. Zeker, er zijn veel evenwichtige, humane, en waarlijk spirituele individuen die de beschaving vooruit helpen. Maar tweeduizend jaar na Christus, zijn er wetenschappers die het verwerven en toepassen van kennis als dÉ sleutel beschouwen voor het oplossen van de wereldproblemen; humanisten die geloven dat verlichte tolerantie, rationele overredingskracht en politieke macht toereikend zijn voor de problemen van de menselijke gemeenschap; en predikanten die mensen leren om wonderen te verwachten wanneer het noodzakelijk is om feiten onder ogen te zien en te participeren in rationeel dialoog.
To be a peacemaker in this chaos of ideologies one must appreciate the values they are defending. To know them takes time to explore thickets of fundamentalistic one sidedness, secularist error, and atheistic ugliness in search of truths that can be the basis of dialogue. Not only is there a risk of getting lost in some thicket. To experience the reality of the struggle, one must get out and talk to people — leave the quiet of one‘s own study and the peace of one‘s own ideological circle to meet some of the bright, well—educated, persuasive, living advocates of different positions. Om een vredestichter in deze chaos van ideologieën te zijn moet je de waarden die zij verdedigen appreciëren. Om die te leren kennen kost het tijd om het onkruid van fundamentalistische eenzijdigheid, seculiere dwaling en atheïstische lelijkheid te exploreren tijdens de zoektocht naar waarheden die de basis van dialoog kunnen zijn. Er is niet alleen het risico om ‘door de bomen het bos niet meer te zien’. Om de realiteit van deze worsteling mee te maken moet je de deur uitgaan en met mensen praten — de stilte van je eigen studeerkamer en de vrede van je eigen ideologische kring achter je laten om goed opgeleide, overtuigende, levende voorstanders met verschillende standpunten te ontmoeten.
A philosophy of living can express cosmic, universal, and divine values without taking positions on social, economic, and political issues. Much of the ideological battle today has to do with disputes over democracy, capitalism, and nationalism. Philosophy is capable of becoming directly involved in these controversies; but the religious challenge is not to produce a new political theory, an attractive economic vision, or an exquisite blueprint for interracial peace and progress. The project assigned by the Divine Counselor comes down on the personal and spiritual side of life, rather than the material and social side. The care with which this frontier is understood and respected will greatly affect the serviceableness of what we construct. It must be possible to speak certain helpful essentials that will indirectly illuminate these issues--but without entering the same battleground. Can we manage that? It will not do simply to ignore such issues, for our own poorly developed positions then tend to manifest unconsciously. Our moral mandates and spiritual precepts must keep pace with advances in civilization (99:1.6). Een levensfilosofie kan Goddelijke, kosmische en universele waarden uitdrukken zonder standpunten in te nemen over sociale, economische en politieke kwesties. Veel van de huidige ideologische strijd heeft te maken met geschillen over democratie, kapitalisme en nationalisme. Filosofie is in staat om rechtstreeks betrokken te raken bij deze controverses; maar de religieuze uitdaging gaat niet over het tot stand brengen van een nieuwe politieke theorie, een aantrekkelijke economische visie, of een buitengewone blauwdruk voor interraciale vrede en vooruitgang. Het project toegewezen door de Goddelijke Raadsman komt neer op de persoonlijke en spirituele kant van het leven, in plaats van de materiële en sociale kant. De zorg waarmee deze grens wordt begrepen en gerespecteerd zal van invloed zijn op de dienende kracht van wat we construeren. Het moet mogelijk zijn om te spreken over bepaalde nuttige essenties die indirect licht op deze kwesties werpen, maar zonder het strijdtoneel binnen te gaan. Kunnen we dat? Het gaat er niet om dergelijke vraagstukken eenvoudigweg te negeren, want dan manifesteren zich onbewust onze eigen slecht ontwikkelde posities. Onze morele missie en geestelijke leefregels moeten gelijke tred houden met de vorderingen in de civilisatie (99:1.6).
Farseeing and forward—looking. A farseeing planetary perspective ranges back to the stone age and forward to the advanced culture of destiny. It is not overwhelmed by the immediate problems of its own generation. A new age is under construction. A forward-looking perspective is not chained to philosophic tradition. The more accurately we can discern planetary developments, the more strategically we can emphasize timely facets of truth. Toekomstgericht vooruitziend. Een vooruitziend planetair perspectief reikt terug naar het stenen tijdperk en voorwaarts tot aan de geavanceerde cultuur van bestemming, zonder overspoeld te worden door de acute problemen van de ‘eigen’ generatie. Een nieuw tijdperk is in wording. Een toekomstgericht perspectief is niet gebonden aan filosofische traditie. Hoe nauwkeuriger we planetaire ontwikkelingen kunnen onderscheiden, des te meer we tijdig facetten van de waarheid strategisch kunnen benadrukken.
Men and women. This is not a job for a lone religious philosopher; if and when the planet receives another Plato, it will not do to just go and implore this genius to construct our philosophy of living for us. And the viewpoints of men and women are complementary; it takes many voices to speak truth repletely. Mannen en vrouwen. Dit is geen karwei voor een eenzaam religieus filosoof; indien en wanneer de wereld ooit een andere Plato zou ontvangen, zal het niet gaan om een klemmend beroep te doen op dit genie om onze levensfilosofie vorm te geven. En de gezichtspunten van mannen en vrouwen zijn complementair; het vergt veel stemmen om volmondig waarheid te spreken.
Men and women of spiritual insight. This is the number one qualification for the job, not academic degrees or impressive human achievements. It is not even necessary to “be a philosopher”. We often use the word “insight” to refer to a momentary experience of putting some pieces together, associating ideas to form a new arrangement or find a new connection. Insight, however, is “the capacity to experience unchallengeable consciousness of cosmic reality” (112:1.10). How is insight tested? Does attack make it timid? Does seeming evidence to the contrary suspend it? Do the months and years make it dim and eventually dubious? One Buddhist scripture describes such insightful persons as “having seen the Truth, having mastered the Truth, having understood the Truth, having penetrated the Truth, having overcome uncertainty, having dispelled all doubts, having gained full knowledge, dependent on nobody else for the knowledge of the doctrine of the Teacher”. Mannen en vrouwen met geestelijk inzicht. Dit is de belangrijkste kwalificatie voor deze job, niet academische graden of indrukwekkende menselijke prestaties. Het is zelfs niet nodig om “een filosoof te zijn”. We gebruiken vaak het woord “inzicht” om te refereren aan een kortstondige ervaring waarbij de dingen samenvallen, ideeën worden geassocieerd om een nieuwe ordening aan te brengen of een nieuwe verbinding te vinden. Inzicht echter, is “het vermogen om onbetwistbare bewustheid van kosmische werkelijkheid te ervaren” (112:1.10). Hoe kan inzicht worden getoetst? Maakt de aanval haar schuchter? Maakt ogenschijnlijk bewijs van het tegendeel er een einde aan? Maken de maanden en jaren het mistig en op den duur onzeker? Een Boeddhistische geschrift beschrijft personen met geestelijk inzicht als volgt: “Ze hebben de Waarheid gezien, ze beheersen de Waarheid, ze hebben haar begrepen, ze hebben de Waarheid doordrongen, ze hebben onzekerheid overwonnen, ze hebben alle twijfels uitgebannen, ze hebben onverdeelde kennis opgedaan, ze zijn van niemand afhankelijk voor de kennis van de doctrine van de Leraar”.
Construct. There is a danger to constructing a philosophy. Some of the finest articles of Thomas Aquinas concern the nature of God. The intellectual precision of his system, however, not only served to handle the arguments of his day with a stunning completeness; it also helped crystallize scholastic philosophy and thereby undermine its vitality. Intellect domesticated experience. Confucius is said to have built too well (94:6.9); perhaps his error was to go too far in identifying goodness with the details of a particular ethical tradition. Why does the Divine Counselor introduce Paper 2, which contains this project description, with the remark that “it is permissible, and may prove helpful, to study certain characteristics of the divine nature …” (2:0.1). This implies that there is a possibility that this paper may not prove helpful. What can we do to secure beneficial results for the coming millennium? The author emphasizes looking up “to God as a true spiritual Father” and keeping in mind the life of Jesus as the living illustration of the concepts of divinity being presented. We are being invited to see the Master‘s life in new categories and to discover new life in the concept of God. Constructie. Er schuilt een gevaar in het construeren van een filosofie. Sommige van de beste artikelen van Thomas Aquino hebben betrekking op de aard van God. De intellectuele precisie van zijn systeem diende echter niet alleen om met verbazingwekkende volledigheid om te gaan met de argumenten van zijn tijd; het droeg ook bij aan de kristallisatie van de scholastische filosofie, waarmee de vitaliteit werd ondermijnd. Het intellect temde de ervaring. Van Confucius werd gezegd een te hechte filosofie te hebben geconstrueerd (94:6.9). Misschien was zijn fout het te ver gaan in het benoemen van het goede, tot in de details van een bepaalde ethische traditie. Waarom introduceert de Goddelijke Raadsman Verhandeling 2 met een beschrijving van dit project, en de opmerking dat “het geoorloofd is, en wellicht dienstig, om bepaalde karakteristieke van de goddelijke natuur te bestuderen…” (2:0.1). Dit impliceert dat de mogelijkheid bestaat dat deze Verhandeling niet van nut zou kunnen zijn. Wat kunnen we doen om gunstige resultaten veilig te stellen voor het komende millennium? De auteur benadrukt op te zien “naar God als een waar geestelijk Vader” en het leven van Jezus in gedachten houdend als de levende illustratie van het goddelijke denkbeeld zoals het wordt beschreven. We worden uitgenodigd om het leven van de Meester in nieuwe categorieën te zien en nieuw leven te ontdekken in het denkbeeld God.
Constructing a philosophy of living is different from writing down the meanings of supreme concepts. To construct does not mean to publish. Is the construction a literary enterprise at all? Or a life of dialogue? The questions of whether something should be written down, and if so, which generation should do it, were questions that Jesus and the apostles took seriously. Those developing the new philosophy will undoubtedly yield an abundant variety of creative expressions. Het bouwen aan een levensfilosofie is iets anders dan het beschrijven van de betekenis van de hoogste ideeën. Construeren betekent niet publiceren. Is het construeren eigenlijk wel een literaire onderneming? Of een leven van dialoog? De vragen over of iets moet worden opgeschreven en als dat zo is, welke generatie moet dat dan doen, waren vragen die Jezus en de apostelen serieus namen. Zij die de nieuwe filosofie ontwikkelen zullen ongetwijfeld een overvloedige verscheidenheid aan creatieve expressie genereren.
A new and appealing philosophy of living. Why not many philosophies? Why shouldn't each person construct his or her own? To be sure, there are particulars that give a unique hue to one's personal philosophy; not only the way we express truth, but the ideas we highlight have much to do with such variables as race, sex, class, occupation, education, family situation, and personal religious experience. But something more universal is underway in this philosophy of living project, and only by sharing with others will we discover what is universal about our own philosophy. Een nieuwe en aantrekkelijke levensfilosofie. Waarom niet meerdere filosofieën? Waarom zou niet elke persoon zijn of haar eigen filosofie bedenken? Zeker, er zijn bijzonderheden die een unieke tint geven aan iemands persoonlijke filosofie; niet alleen de wijze waarop wij aan waarheid uitdrukking geven, maar de ideeën die we benadrukken hebben veel te maken met variabelen als ras, geslacht, klasse, beroep, opleiding, gezinssituatie en persoonlijke religieuze ervaring. Maar er is iets universelers aan het groeien in deze filosofie als levend project en alleen door te delen met anderen zullen we ontdekken wat er universeel is aan onze eigen filosofie.
This philosophy is not like a prefabricated house, a mass-production special, one model per neighborhood. It is a flexible design that includes the essentials of any adequate particular structure — family room with an area for games, a place for worship, a study, and so on. And it is more like a home to live in than one built for speculation on the market. Deze filosofie is niet zoiets als een geprefabriceerd huis, een massaproductie “special”, één model per woonwijk. Het is een flexibel ontwerp inclusief de basisbehoeften voor de gemiddelde inrichting van een familiekamer met een hoek voor spelletjes, een plek voor aanbidding, een studeerhoek, enzovoort. Het is eerder een huis om in te wonen dan een huis dat gebouwd is voor speculatie op de markt.
New and appealing. Appealing to whom? Is there a primary audience, a secondary audience, and so on? The previous paragraph, setting up this project appeal, contains one important clue: “As civilization progressed, and since religion continued to pursue the same unwise course of overemphasizing the goodness of God to the relative exclusion of truth and neglect of beauty, there developed an increasing tendency for certain types of men to turn away from the abstract and dissociated concept of isolated goodness” (2:7.9). And though the new philosophy must not be distorted to appeal to any one group, it seems to me important not to alienate needlessly the thoughtful followers of any of the great religions. As a non-theologic philosophy it does well not to hang on quotes from any book. The philosophy itself should be appealing, I believe, even to people of little education, though any writing or speaking, should perhaps be directed to more educated people, without presupposing any particular specialization. Nieuw en aantrekkelijk. Aantrekkelijk voor wie? Bestaat er zoiets als een primair of een secundair publiek? De vorige alinea waarin de oproep voor dit project wordt neergezet, bevat één belangrijke aanwijzing: “Toen de beschaving vorderde en de religie bleef vasthouden aan dezelfde onverstandige koers dat zij de goedheid van Godheid al te zeer benadrukte en de waarheid daarbij in gelijke mate uitsloot en de schoonheid verwaarloosde, ontwikkelde zich bij bepaalde typen mensen een steeds sterkere neiging zich af te keren van deze abstracte, uit haar verband geraakte opvatting van geïsoleerde goedheid” (2:7.9). Ofschoon de nieuwe filosofie niet vervormd moet worden om aantrekkelijk te zijn voor een bepaalde groep, lijkt het mij belangrijk de nadenkende volgers niet onnodig te vervreemden van welke grote religie dan ook. Als niet-theologische filosofie is het goed niet vast te houden aan citaten uit welk boek dan ook. Ik denk dat de filosofie zelf aantrekkelijk moet zijn, ook voor mensen met weinig scholing, hoewel het geschreven of gesproken woord misschien gericht moet worden tot de hoger opgeleide mens, zonder vooronderstelling van een bepaalde specialisatie.
I find a creative tension in the marketing implications here. If you are too new, you won‘t appeal to many people. Someday a keen essay about the seven absolutes may appeal to a majority of intellectuals. On the other hand, if you are too appealing, you won‘t be communicating much that's new. The formula for quick appeal is to “find a parade and get in front of it”. At the extreme, this is the musician‘s dilemma: shall I sing pop trash and enjoy the applause, or dedicate myself to beauty and starve? Ik voel hier een creatieve spanning in de gevolgen voor de marketing. Ben je te vernieuwend dan zal je niet voor veel mensen aantrekkelijk zijn. Ooit kan een helder essay over de Zeven Absoluten een meerderheid van intellectuelen aanspreken. Aan de andere kant, als je té aantrekkelijk bent dan communiceer je niet veel nieuws. De formule voor directe aandacht is “het vinden van een optocht en vooraan gaan lopen”. Extreem gezegd is dit het dilemma van de musicus: zing ik pop-rommel en geniet van het applaus, of wijd ik me aan schoonheid en verhonger?
In order to appeal, the new philosophy must relate to human needs. Sensitivity to the ideological battleground will make the construction more relevant. And so will sensitivity to each generation‘s “ever—new and varied spiritual difficulties” (194:2.1)! Surely the spiritual difficulties reveal needs to which the new philosophy must minister if it is to appeal. And the more it incorporates universal concepts, the more lasting will be its appeal, since it will be capable of application to many generation, not only to one. Om aandacht te krijgen, moet de nieuwe filosofie gerelateerd zijn aan menselijke noden. Gevoeligheid voor ideologische beginselen maakt de opbouw meer relevant. En dat zal gevoeligheid doen voor het “… steeds nieuwe en gevarieerde geestelijke moeilijkheden hebben …” (194:2.1) van elke generatie! De geestelijke moeilijkheden openbaren zeker behoeften waaraan de nieuwe filosofie moet voldoen. En hoe meer universele denkbeelden het omvat, hoe aantrekkelijker het is, omdat het geschikt is voor veel generaties en niet alleen voor één.
Philosophy. Consider the different functions of philosophy. First, philosophy is half-way up the mountain that ascends from science to spiritual experience. Philosophy is a reflection on facts in order to discern meanings; and it is sublime thinking, a preparation for worship. Second, for someone who has reached the top of the mountain, as it were, philosophy integrates a balanced perspective on reality, bringing material fact and spiritual experience together with the aid of revelation. From the standpoint of mind, philosophy surveys the totality; and religion is one theme, albeit the central theme within its reflective compass. Finally, philosophy finds its place as part of a larger whole. Religion is the whole of life, ultimately, not a part. Philosophy is religion‘s access to science. And philosophy cultivates conceptual excellence: “Philosophy is to religion as conception is to action” (98:2.12). Filosofie. Bekijk eens de verschillende functies van filosofie. Ten eerste is filosofie halverwege de berg aangeland die opstijgt uit de wetenschap naar de spirituele ervaring. Filosofie is een overdenking van feiten met als doel betekenissen te onderscheiden; en het is subliem denken, een voorbereiding tot aanbidding. Ten tweede, voor iemand die als het ware de top van de berg heeft bereikt, integreert filosofie een evenwichtig perspectief op de werkelijkheid, waarbij met de hulp van openbaring materiële feiten en spirituele ervaring samen worden gebracht. Vanuit het standpunt van het denken (mind) overziet filosofie de totaliteit; en religie is één thema zij het een centraal thema binnen zijn reflecterende kompas. Tenslotte, filosofie vindt haar plaats als deel van een groter geheel. Religie is uiteindelijk het geheel van het leven en geen deel. Filosofie is voor godsdienst de toegang tot wetenschap. En filosofie cultiveert conceptuele uitmuntendheid: “Wijsbegeerte staat tot religie als idee staat tot handeling” (98:2.12).
Philosophy of living. When a culture takes religion too seriously and lacks a “non—theologic philosophy of living”, its direct contact with life is hampered. Every experience is filtered through scripture. Every lesson has been written down and needs only to be quoted. Only a philosophy grown on the soil of experience can achieve simplicity and broad appeal. Buddhist philosophy spread as a simple teaching about universal human concerns — the cause and cure for suffering, and discipline that leads to moral excellence and mental serenity. Levensfilosofie. Wanneer een cultuur religie te serieus neemt en een “niet—theologische levensfilosofie ontbeert”, wordt haar directe contact met het leven belemmerd. Elke ervaring wordt gefilterd door de schrift (Bijbel). Iedere les is opgeschreven en hoeft alleen maar te worden aangehaald. Alleen een filosofie gecultiveerd op grond van de ervaring kan eenvoud bewerkstelligen en een brede aantrekkingskracht behalen. De Boeddhistische filosofie draagt als eenvoudige leer over universele menselijke bekommernissen het volgende uit: de oorzaak en de remedie voor het lijden, en discipline die leidt tot excellente moraal en mentale rust.
Construct a philosophy out of the expanded and exquisitely integrated modern concepts. The network of high concepts is the raw material, not the finished product. Exploring their breadth and integration is one task. And expressing one‘s discoveries in an accessible way is another. “Jesus brought the philosophy of religion down to earth.” Construeer een filosofie uit de uitgebreide en prachtig geïntegreerde moderne denkbeelden. Het netwerk van hoogstaande denkbeelden is het ruwe materiaal, niet het eindproduct. Het verkennen van hun reikwijdte en integratie is één taak. En uitdrukking geven aan zijn ontdekkingen op een toegankelijke manier is een andere. Jezus bracht de filosofie van de religie naar de aarde, “down to earth”.
Expanded and exquisitely integrated concepts. Expanded concepts have tentacles into many fields. The concept of evolution is meaningful in history and in many sciences; the concept of character is meaningful in social science, literature, philosophy, and religion. Familiarity with such concepts, the more extensive the better, is another major requirement for those who aspire to join in the construction. The difficulty of attaining an adequate acquaintance with these concepts (and Urantia Book study, by itself, does not, I believe, suffice) is one reason why this is a team project, even if individuals try their hand individually at expressing their grasp of the new philosophy. Uitgebreide en prachtig geïntegreerde denkbeelden. Uitgebreide denkbeelden hebben tentakels in vele gebieden. Het denkbeeld van de evolutie is van betekenis in de geschiedenis en in de vele wetenschappen; het denkbeeld van karakter is zinvol in de sociale wetenschappen, literatuur, filosofie en religie. Vertrouwdheid met dergelijke denkbeelden, hoe uitgebreider hoe beter, is een ander belangrijk vereiste voor degenen die willen deelnemen aan de constructie. De moeilijkheid om adequate kennis van deze denkbeelden op te doen (en uitsluitend het Urantia Boek bestuderen volstaat niet, geloof ik) is een van de redenen waarom dit een team—project is, zelfs als mensen eigenhandig proberen uitdrukking te geven aan hun begrip van de nieuwe filosofie.
Exquisite is a quality of artistry. Plato attained heights of artistic philosophy that have not been reached since. How can we approach these heights within the limits set by our genetic capacity, education, and available time? “Cosmic concepts of true philosophy, the portrayal of celestial artistry, or the mortal attempt to depict the human recognition of divine beauty can never be truly satisfying if such attempted creature progression is un unified. These expressions of the divine urge within the evolving creature may be intellectually true, emotionally beautiful, and spiritually good; but the real soul of expression is absent unless these realities of truth, meanings of beauty, and values of goodness are unified in the life experience of the artisan, the scientist, or the philosopher” (44:7.3). Voortreffelijkheid is een kwaliteit van kunstenaarschap. Plato bereikte hoogten van kunstzinnige wijsbegeerte die sindsdien niet meer bereikt zijn. Hoe kunnen wij tot deze hoogten komen binnen de grenzen die bepaald zijn door onze genetische capaciteit, ons onderwijs en onze beschikbare tijd? “Kosmische ideeën van ware wijsbegeerte, de uitbeeldingen van hemelse kunstenaars, of de poging van stervelingen om ’s mensen herkenning van goddelijke schoonheid uit te beelden, kunnen nooit waarlijk voldoen, indien deze poging tot schepsel-voortgang niet verenigd is. Deze uitdrukkingen van de goddelijke impuls binnen het evoluerende schepsel kunnen intellectueel waar zijn, emotioneel schoon en geestelijk goed, maar de ware bezieling van expressie ontbreekt tenzij deze werkelijkheden van waarheid, betekenissen van schoonheid en waarden van goedheid verenigd zijn in de levenservaring van de kunstenaar, de wetenschapsmens of de filosoof” (44:7.3).
Modern concept. What will the term “modern” mean in two hundred years? Literally the term “modern” refers to changeable fashions — the latest fashion. What are the modern concepts we are supposed to use? Where do we find them? The Urantia Book contains the essentials. But what were the “more than one thousand human concepts representing the highest and most advanced planetary knowledge of spiritual values and universe meanings” (F:XII.11)?. And what were the “thought gems and superior concepts of Jesus‘ teachings assembled from more than two thousand human beings” (121:8.13)? To identify these concepts will require much research within the book; but there is a further part of the task. Evolutionary cosmology, philosophy, and theology were not frozen in 1934. To survey the ripening planetary harvest of expanding concepts, ongoing study outside the book is required. No wonder there is talk of a challenge for many men and women! Moderne concept. Modern denkbeeld. Wat zal over tweehonderd jaar de term “modern” betekenen? Letterlijk verwijst de term “modern” naar veranderlijke mode — de laatste mode. Wat zijn de moderne denkbeelden die we geacht worden te gebruiken? Waar vinden we ze? Het Urantia Boek bevat de essentialia. Maar wat waren de “meer dan duizend menselijke begrippen (…), die de hoogste, meet geavanceerde planetaire kennis van geestelijke waarden en universum-betekenissen vormen” (Voorwoord:XII.11). En wat waren de “gedachtelijke juwelen en voortreffelijke denkbeelden over het onderricht van Jezus die zijn verzameld onder meer dan tweeduizend mensen …” (121:8.13). Het kunnen identificeren van deze denkbeelden vergt veel bestudering van het boek; maar de taak is groter dan dat. Evolutionaire kosmologie, filosofie en theologie zijn in 1934 niet bevroren. Om de rijpende planetaire oogst van denkbeelden die steeds breder worden te overzien, is aanhoudende studie naast het boek nodig. Geen wonder dat er sprake is van een uitdaging voor veel mannen en vrouwen!
Concepts. A concept is more than an idea; it has two sides, an intellectual side and a spiritual side. The intellectual side is a clear idea, expressing the meaning of some set of facts; but an idea is potentially static, for it can be treated as having a single, fixed meaning, isolated from the rest of the organically growing universe. The spiritual side is a value, flowing and dynamic; it can never be captured in words, but it can be obscured by the human tendency toward standardized emotional responses. Concepten. Een concept is meer dan een denkbeeld; het heeft twee kanten, een intellectuele en een spirituele. De intellectuele kant is een helder idee dat de betekenis van een reeks feiten uitdrukt; maar een idee is potentieel statisch, want het kan worden gezien als een enkele, vaststaande betekenis, geïsoleerd van de rest van het organisch groeiend universum. De geestelijke kant is een waarde, vloeiend en dynamisch; het kan nooit in woorden worden gevangen, maar het kan wel worden verduisterd door de menselijke neiging tot gestandaardiseerde emotionele reacties.
The best way to realize the special significance the authors give to the term “concept” is to contemplate sample passages showing how these two sides, fact and truth, are explicitly joined. “The Master made it clear that the kingdom of heaven must begin with, and be centered in, the dual concept of the truth of the fatherhood of God and the correlated fact of the brotherhood of man” (170:2.1). “The gospel of the kingdom is: the fact of the fatherhood of God, coupled with the resultant truth of the sonship—brotherhood of man” (194:0.4). De beste manier om de bijzondere betekenis te begrijpen die de auteurs aan de term “denkbeeld” geven, is om deel—passages te overdenken waaruit blijkt hoe de twee kanten, feit en waarheid, expliciet zijn gekoppeld. “De meester maakte duidelijk dat het koninkrijk des hemels moet beginnen met, en zijn middelpunt moet hebben in, het tweeledige begrip van de waarheid van het vaderschap van God en het hiermee gecorreleerde feit van de broederschap der mensen” (170:2.1). “Het evangelie van het koninkrijk is: het feit van het vaderschap van God, gekoppeld aan de waarheid die daaruit volgt, de zoonschapsbroederschap der mensen” (194:0.4).
Cosmic truth, universe beauty, and divine goodness. The adjectives require that our concepts not be limited to a human and earthly focus; they should point to our participation in a wider universe. The term “cosmic” also reminds us that science is also part of truth; the concept of God as Creator links spiritual truth with the science of fact. The beauty we celebrate is more than local charm; the events of our lives reflect larger patterns. And this goodness overflows the confines of humanism; the golden rule cannot be truly explored under the ceiling of secularist assumptions about ethics; nor can character be fathomed without a vision of the soul. Kosmische waarheid, universum schoonheid en goddelijke goedheid. De bijvoeglijke naamwoorden vereisen dat onze denkbeelden niet worden beperkt tot een menselijke of aardse focus; ze moeten wijzen op onze deelname aan een groter universum. De term “kosmisch” herinnert ons er aan dat wetenschap ook deel uitmaakt van de waarheid; het denkbeeld van God als schepper koppelt spirituele waarheid met de wetenschap van het feit. De schoonheid die we vieren gaat over meer dan plaatselijke charme; de gebeurtenissen van ons leven weerspiegelen grotere patronen. En deze goedheid stroomt over de grenzen van het humanisme; de gulden regel kan niet echt worden onderzocht onder het plafond van seculiere vooronderstellingen over ethiek; noch kan karakter worden doorgrond zonder een visie van de ziel.
Consider the three—part structure of the project. The systematic order given here — truth, beauty, goodness — is nearly standard in this book. “Such a Father life is one predicated on truth, sensitive to beauty, and dominated by goodness” (106:9.12). Denk eens na over de driedelige structuur van het project. De systematische volgorde die hier wordt gegeven — waarheid, schoonheid, goedheid — is bijna standaard in dit boek. “Zulk een Vader—leven stoelt op waarheid, is gevoelig voor schoonheid, en wordt beheerst door goedheid” (106:9.12).
2:7.9 gives an objective for the new philosophy and topics in the overarching structure of truth, beauty, and goodness. In order for religion to come alive for certain types of people today, it must cease to be so moralistic and give equal attention to the “truths of science, philosophy, and spiritual experience, the beauties of nature, the charm of intellectual art, and the grandeur of genuine character achievement”. This is the big hint about how to flesh out the new philosophy. 2:7.9 stelt een norm voor de nieuwe filosofie en haar thema‘s in de overkoepelende structuur van waarheid, schoonheid en goedheid. Wil religie tegenwoordig voor bepaalde typen mensen tot leven komen, dan moet het ophouden zo moralistisch te zijn en gelijke aandacht schenken aan de waarheden van de wetenschap, filosofie en de spirituele ervaring, de schoonheid van de natuur, de bekoring van ideële kunst en de grootsheid van echte karakterontwikkeling. Dit is de grote aanwijzing over hoe de nieuwe filosofie in te vullen.
I find cosmic truth best summarized in the concept of the fatherhood of God and the brotherhood of man, universe beauty revealed most in the joy and liberty of sonship with God, and divine goodness experienced most directly in worship and service. Thus the three branches of the philosophy of living can be symbolized by different phases of the gospel; on these pillars a bridge can be built harmonizing mind and spirit, philosophy and religion, culture and spirituality. The gospel is the seed of the new philosophy of living; the life of Jesus is its master illustration; but it is necessary to say more than the gospel and to show more than Jesus. Cosmic concepts must be explored and made appealing in an unprecedented way. Ik vind kosmische waarheid het best samengevat in het denkbeeld van het vaderschap van God en de broederschap van de mens, universum schoonheid het meest geopenbaard in de vreugde en vrijheid van het zoonschap met God, en goddelijke goedheid het meest rechtstreeks te ervaren in aanbidding en dienstbaarheid. Dus kunnen de drie takken van de levensfilosofie worden gesymboliseerd door de verschillende fasen van het evangelie; op deze pijlers kan een brug worden gebouwd, die het denken en de geest, filosofie en religie, cultuur en spiritualiteit bij elkaar brengt. Het evangelie is het zaad van de nieuwe levensfilosofie; het leven van Jezus is daarvan het grootste voorbeeld; maar het is noodzakelijk om meer te zeggen dan het evangelie en om meer te laten zien dan Jezus. Kosmische denkbeelden moeten worden verkend en op een ongekende manier aantrekkelijk gemaakt.
Who will build the new philosophy? How conscious does the teamwork need to be? How organized? And why do it? This philosophy presumably, is not an end in itself. Is a philosophic foundation required if we are to convert our spiritual action-impulses into enduringly productive service? Do we have the patience to establish an adequate foundation before raising up towers of ambitious enterprises? Spirituality, philosophy, service. Has the 2:7.10 project been overanalyzed and left for dead by the side of the road, or are we beginning to fathom the challenge? Wie zal de nieuwe filosofie construeren? Hoe consciëntieus dient het teamwerk te zijn? Hoe georganiseerd moet het zijn? En waarom zouden we dit doen? Waarschijnlijk is deze filosofie geen doel op zich. Is er een filosofische grondslag vereist als wij onze spirituele handelingen—impulsen gaan omzetten in duurzaam productief dienstbetoon? Hebben wij het geduld om een geschikte fundering te plaatsen alvorens hoge torens van ambitieuze ondernemingen op te richten. Spiritualiteit, filosofie, dienstbaarheid. Is het project 2:7.10 uitentreuren geanalyseerd en voor dood achtergelaten aan de kant van de weg, of beginnen we de uitdaging te doorgronden?

 


 Home | Sitemap | Laatste wijziging: 15 november 2017