stichting URANTIA nederlandstalig

 

De laatste nieuwsbrief:

Nieuwsbrief september 2017

Abonneer u op de nieuwsbrief

U kunt zich gratis abonneren op onze nieuwsbrief.

Michaël van Nebadon, Zoon van God en Zoon des mensen – Jezus van Nazareth

Dit is de lezing die Johan Vandewalle heeft gehouden op 21 augustus 2016, tijdens de jaarlijkse Urantiadag.

De 7e en laatste zelfschenking van Michaël, de mens Jezus van Nazareth

Dit is titel van de 2e presentatie, die Karen Huigsloot op heeft gehouden op 21 augustus 2016, tijdens de jaarlijkse Urantiadag.

De huidige positie van Michaël van Nebadon …

De citaten van de derde lezing door Ria Sprenger, Ina Terra en Frank van Rooij. De citaten zijn behandeld als ware het een studiegroep bijeenkomst.

Diepgaande studie van het Urantia Boek in studiegroepen

Dit artikel is een vertaling van George Michelson — Duponts “Étude approfondie du Livre D'Urantia en groupe d'étude” welke is vertaald door Ensemble Traduit.

Een nieuwe betekenis van het Kerstfeest

Dit artikel is een vertaling van “The new meaning of Christmas” door Mark Kuliek uit 1994 welke is vertaald door Karen Huigsloot en Liesbeth Steur.

De geschiedenis van de Urantia beweging

De geschiedenis van de Urantia beweging is een vertaling van A History of the Urantia Movement door Dr. William Sadler, vertaald door Mw. R. Hanekroot.

What is the New Philosophy of Living Project?

Het “Project Nieuwe Levensfilosofie” (ook wel Project 2:7.10, naar citaat (43.3) 2:7.10 uit het Urantia Boek), betreft een explorerend artikel om een nieuwe levensfilosofie te construeren.

Originele Concepten in het Urantia Boek

Waarin onderscheidt het Urantia Boek zich? Vanwege de 64 concepten en doctrines die nieuw en origineel zijn zoals gepresenteerd in het Urantia Boek en meer.

Korte samenvatting van filosofie in het Urantia Boek

Een overzicht van een verkennende studie door Dr. Jeffrey Wattles in een vertaling van Bert Volkers.

Korte samenvatting van filosofie in het Urantia Boek

Overzicht van een verkennende studie door Dr. Jeffrey Wattles


Dit artikel is een vertaling van: Summary of Philosophy in the Urantia Book: Outline for an Exploratory Study
by Dr. Jeffrey Wattles
Vertaling: Bert Volkers
Verwijzingen refereren aan het Engelstalige en Nederlandstalige Urantia Boek.


Introductie

Inleiding

Wat is de filosofie?

Ding, betekenis en waarde

Het wederkerig falen tot unificatie tussen: Wetenschap, Filosofie en Religie

Doctrine van de Werkelijkheid: Openbaring plaatsvervangend voor Metafysica

Filosofie van het denken1

Ethiek en moraal

Geschiedenis van de filosofie

Epigrammen, attitudes en de filosofie van het Dagelijks Leven


1(In het Engels “Mind”)

Inleiding

De kwaliteiten die nodig zijn voor filosofie:

  1. opmerkzaamheid
  2. eerlijkheid
  3. gevoeligheid (voor betekenissen)
  4. nauwkeurigheid (113.8)
  5. moed (1114.1)
  6. wil ten goede (1467.5)
  7. Geïntegreerde levenservaring (507.4; 1749.1)

Begin veronderstellingen:

  1. Bewustzijn, ziel en lichaam (1110.8)
  2. Geldigheid van wijsheid (1141.7)
  3. De IK BEN (1152–53)

Methode:

  1. Logica (1138.53) gedefinieerd (1139.6)
  2. Observatie van de observatie (1228.7)
  3. Materiële feiten en de ziel in de filosofie (1120.4)

Onze uitdaging en mogelijkheden:

  1. Wij moeten een nieuwe filosofie construeren (43.4)
  2. We hebben bevrijding nodig van dogma en traditie (141.7) op vier niveaus (1114.3)
  3. De gerichte rol van filosofie in licht en leven (630.3; 806), en op een naburige planeet (811.5; 819.4)
  4. Openbaring biedt noodzakelijke concepten (1137.3)
  5. Jezus' filosofie van het leven is ruimschoots geportretteerd (1572.9)

Wat is filosofie?

Het Urantia boek leert ons dat het zoeken naar wijsheid (1122.8) acht niveaus (806) heeft. De unificatie van wetenschap en religie; 2096.7; 1120.3–4. Filosofie coördineert wetenschap en godsdienst, feit en waarde, de buitenzijde van het leven met het innerlijk, tot een concept van complete werkelijkheid, een eenduidige houding ten opzichte van de kosmos (1110.5; 1122.1; 1135; 1136.5; 1139). Openbaring maakt deze unificatie mogelijk (1106.1; 1122.1; 1139.2). Unificatie dient te worden begrepen in samenvoegende begrippen van verenigen, prioriteit, analogie en inter–associatie.

Samenvoeging: De observatie dat wetenschap en religie beide in aanmerking genomen moeten worden, ook al zijn zij verschillend (1135.5–8; 1137–39). Religie heeft de wetenschap nodig (1006.7), wetenschap zal uiteindelijk een eerste oorzaak aannemen als hypothese (1122.7–11; 1006.5–7D; 1125.4). Wetenschap en godsdienst zijn dikwijls slechts bij de voetnoten van de filosofie opgenomen.

Prioriteit: Religie is hoogste geest (2096.5) die streeft naar beheersing door middel van gedachten (1274–75) en energie is intrinsiek daarop voorbereid (1274.5) — alle energie reageert op bewustzijn (1229.1). De materie is de schaduw van het spirituele (140;9; 1641.3).

Analogie: Betekent dat hetzelfde beginsel kan worden gevonden op andere terreinen. Alles heeft dezelfde ultieme bron (21.1; 1477.3; 638.3; 467.4; 71.4–6; 84; 103–04). Er is een gemeenschappelijk patroon van creatie (1298). Geest en energie zijn wetmatig (552.5; 560.6; 46–48; 137.4). Wetenschap en godsdienst zijn beide afhankelijk van veronderstellingen gebaseerd op intrinsieke werkelijkheidsrespons (192; 196.6; 1139.4; 1141.7).

Inter–associatie van materie en geest: (118.1) Alles heeft een materiële basis (467.1). Fysieke werelden zijn gemaakt voor een spiritueel doel (21.3). Het organisme is de rudimentaire verbinding tussen geest en materie (403.04). Biologische evolutie is gekoppeld aan de geologische ontwikkeling (664ff). Persoonlijke vooruitgang(1209) alsmede de voortschrijdende civilisatie (576; 589ff), vereisen balans in de ontwikkeling van materiële en geestelijke factoren. Onze lichamen zijn verfijnd naarmate wij geestelijk opklimmen (534.8).

De harmonie die wij kunnen hopen te zien is veel groter dan de harmonie die wij feitelijk zien (637.2).

Ding, Betekenis en Waarde (2094.2)

Ding, energie of feit, zij zijn onderling verwant in de wetenschap en in de ervaring in het bewustzijn van de wetenschapper (102.5; 1127.3) en wij worden ons bewust van dingen door de Bewustzijns– geestcircuits (402) als wij zintuiglijke indrukken volgens geheugenpatronen erkennen.(2129.8) Ervaring is gedefinieerd als de interactie van het zelf met externe realiteiten (1123.3).

Feiten kunnen niet over het hoofd worden gezien en behoren bij alle niveaus van de realiteit, inclusief God (52.5), zij zijn essentieel voor het juiste gebruik van de reden (1138.6). Judas weigerde dat onder ogen te zien (2056.3), in tegenstelling tot Jezus (1405.7). Jezus accumuleerde veel kennis; sorteerde en correleerde de informatie en organiseerde deze geestelijke bezittingen tot dynamische dienstbaarheid.

Het Urantia Boek stelt dat begrijpen impliceert dat deze herkende zintuiglijke indrukken en de daarmede verbonden geheugenpatronen geïntegreerd of georganiseerd zijn tot een dynamisch netwerk van principes (1220.1).

Betekenis is verbonden met de intellectuele realiteit, idee, wijsheid en filosofie (2094.2). Het is een ervaring in het bewustzijn van de filosoof (1127.3), het is het appreciërend besef van waarden (1097.2), betekenis is iets wat ervaring aan waarde toevoegt (1097.2).

Het is de sterfelijke schaduw van Paradijs waarheid (648.2). Menselijk bewustzijn is beschreven als proces van feit naar de betekenis van het feit en vervolgens naar de waarde (1299.3) en van waarde naar de betekenis van bedoeling (740.3).

Als wij denken over betekenissen als interpretaties van feiten (1220.2), is de voormalige volgorde gepast als we het voorstellen als de correlatie van feiten en waarden, laatstgenoemde wordt uiteraard geëist (1110.3). Jezus gaf een meesterlijke lezing over de realiteiten kennis, waarheid en wijsheid (1435.3), en zijn techniek bij de diepgaande betekenissen was altijd gewoon en levendig (1171.2).

Allereerst, waarde is reëel. (1261.2; 2094.7). God is de bron van waarde (67.1; 73.3; 1279.6). De standaard waarde is goddelijk (1457.2). De Godheid heeft de patronen van waarden verstrekt. (1299.3). Geestelijk inzicht maakt het mogelijk voor ons om waarden te herkennen (42.7; 2094.10). De essenties van waarden zijn niet statisch, maar afhankelijk van het feit van betrekkingen. (1096.97). Bij de beschouwing van waarden moet onderscheid gemaakt te worden tussen wat waarde is en wat waarde heeft. Waarden moeten worden geleefd om (193.6) bekend te worden. Goedheid waarheid en schoonheid zijn de hoogste waarden.

  • Waarheid is levend en is niet te vangen in formules, codificaties of geloofsbelijdenissen (1949.4); Jezus leefde de waarheid volledig (1101.7).
  • Schoonheid is grotendeels een zaak van het verenigen van contrasten (646.4), specifiek tussen Schepper en schepsel. Schoonheid is de erkenning van de reflectie van het Paradijs in de materiële schepping (647.9).
  • c) Goedheid is het toppunt van persoonlijke en geestelijke waarde (31.3; 647.1). Goedheid omvat het streven naar perfectie in moraliteit, ethiek en religie (647).

Liefde is de bron van allerhoogste waarden (2047.4), liefde is de erkenning van God als Vader en de wens goed te doen aan de medemens en is de grootste realiteit in het universum (648).

Het mislukken van unificatie; tussen Wetenschap, Filosofie en Religie

Afgescheiden Religie: religie heeft te maken met innerlijk perspectief (1728.2), dat op zichzelf vervormend is (1135.6 – 1136.1). Alleen wanneer aanbidden wordt aangespoord en geleid door wijsheid – meditatief en experiëntieel denken –, begint haar ontwikkeling tot het fenomeen van echte religie (948.9). Ter vermijding van sociale verwarring heeft religie filosofie nodig die kritisch en correctief is (1098.2). Om te groeien moet religie worden uitgebreid door opbouwende kritiek, worden verhoogd door filosofie, gelouterd door wetenschap, en gevoed door trouwe saamhorigheid (1088.9). Religie dient intelligente kritiek en filosofische interpretatie te verwelkomen (69.5).

De Joden waren in de dagen van Jezus niet serieus bezig met het opslaan van een levensfilosofie (1076.2; 1076.6). Het was niet Jezus' intentie om een mens tevoorschijn te roepen die alleen in beslag genomen wordt door religieuze gevoelens en alleen wordt aangedreven door geestelijke impulsen (1582.2).

Moderne godsdienst benadrukt moraal ten koste van de filosofie, kunst en wetenschap (43.3).

Afgescheiden Filosofie: er zijn twee uitersten in de filosofie om te worden vermeden — Materialisme en Pantheïsme. Als wij de persoonlijkheid ontkennen van de Eerste Bron en Centrum, ontkomen wij niet aan uiterste standpunten (29.1–2; 1137.5). Pantheïsme beschouwt God als onpersoonlijk (29.2) en als al–scheppend (1300.5); de mens bereikt de eenheid met God niet zoals een waterdruppel één zou kunnen worden met de oceaan (31.2). Materialisme, de doctrine dat alleen dit reëel is, zal worden besproken als een gevolg van wetenschap op zichzelf, partieel. Beide dwalingen maken dezelfde vergissing, nemen een deel van de realiteit en verklaren deze tot de gehele werkelijkheid (42.6). Een variatie van deze (blunder) extreme vereenvoudiging is om bij bestudering van universum realiteit van het lagere uit te gaan om het hogere te verklaren (215).

Jezus onderwees de Griekse filosoof dat hij (de filosoof) bij zijn discussie er niet in geslaagd was een verklaring te geven van “het vanwaar, waarom en waarheen”, en hij voegde daaraan toe: “waar u ophoudt, beginnen wij”. Filosofie laat de basis vragen over aan de religie (1641.3). Hij zag de spreker van het forum met zijn fraaie voorstelling van de logica en onjuiste ideeën (1461.6), en Nalda probeerde de confrontatie te voorkomen en te ontwijken door het gesprek – met Jezus – op theologie en filosofie te brengen (1613.4). Theologie is op zijn best een gerechtvaardigde poging voor het verstaan van iemands eigen religieuze ervaring (1130.5), maar het kan gemakkelijk ontaarden in een formule voor het denken en de geest (993.1; 2087.5). Extreme analysering doodt waarheid (2075.5), en de hoogste morele ideeën blijven zonder uitwerking, tenzij en totdat de goddelijke Geest haar adem laat gaan over de vormen van waarheid (380.8).

De Brahmanistische filosofie heeft een verheven metafysica, maar zij dépersonaliseert het Gods–concept, het belang van het individu wordt ondergewaardeerd, en de doctrine van reïncarnatie bevordert overmatige concentratie op het zelf (1029.30). Boeddha's filosofie viel kort na zijn leven ver van zijn levenswijze en eindigt in agnosticisme (1035–37; 1467.1).

De Grieken bedierven het Melchizedek evangelie. Het denken werd zo abstract dat de voorstelling van God oploste in een vage mist van Pantheïstische speculatie en voor hun landgenoten verlangend naar heil, onbegrijpelijk werd. Hun intellect overschrijdt religieuze ervaring (1079;1081). Al deze filosofische tradities hebben grote voortgang gemaakt, maar de geschiedenis waarschuwt de verstandige student alert te zijn.

Afgescheiden wetenschap: Jezus waarschuwt voor een eenzijdige overspecialisatie. (1726.2; 1135.5–8), en hij toonde de beperking aan van de logica en wiskunde bij toepassing op sociaal en zelfs materieel gebied (1476).

Reductionisme is de huidige naam voor de zogenaamde wetenschappelijke poging uit te leggen hoe het hogere ontstaat uit het lagere, godsdienst door psychologie, psychologie door de biologie, biologie door de chemie, chemie door de fysica / natuurkunde … totdat wij de vermeende basiswetten vinden die alles verklaren. Dit streven is failliet (1125.5). Religie kan niet psychologisch worden verklaard (1215.1; 1122.9). Het reduceren van de psychologie tot biologie is geblokkeerd door herhalend scherp onderscheid tussen de persoonlijkheid – het systeem van inherente geest en ziel (het morontia– zelf) – de mens als een geestelijk wezen (1228.5; 1216.7), biologie kan nooit scheikunde (chemie) worden omdat de levensvonk geest is (403.7), het is ook niet mogelijk dat chemie kan worden voorspeld door fysica (141.7).

Reductionisme is een pseudotheoretische basis die ten grondslag ligt aan wetenschappelijke eenzijdigheid en is het tegengif voor het erkennen dat de oorzaak van een universum verschijnsel minstens werkelijkheidseffect heeft (53.2).

Filosofie moet altijd meer zijn dan wetenschap (1079.4; 480.2; 1012.3; 1457.2).

Materialisme is de ontkenning van het feit dat de mens een ziel bezit en in extreme vorm de totale ontkenning van alle geest. Deze laatste variatie is herhaaldelijk en afwisselend als met zichzelf in tegenspraak bevonden (2076–81). Het hoogte punt van het materialisme is voorbij (2076.9), maar het lyrische verdichtsel van de wanhoop van de materialist heeft nog steeds een heel eigentijdse klank (1118.1–2).

Hier zijn argumenten in het Urantia Boek genoemd tegen materialisme:

(a) Wetenschap en godsdienst hebben geen conflict als ze betrekking hebben op verschillende domeinen (1078.6).

(b) Er is materialisme in het universum maar dat is niet het hele verhaal (2078.1).

(c) Een mathematisch universum indiceert een Meester Mathematicus (2077.4).

(d) Als bewustzijn niets is dan materie dan zouden er geen uiteenlopende interpretaties van fysieke verschijnselen zijn (2077.7), en als mensen louter machines zouden zijn, zouden zij min of meer uniform reageren op een materieel universum (2077.9). Een meer materialistisch universum zou uiteindelijk uniform en deterministisch worden (2078.2).

(e) Iedere wetenschappelijke ontdekking toont aan dat er zowel vrijheid als uniformiteit is in het universum (2078.4).

(f) Machines kunnen niet op zichzelf functioneren, kunnen zichzelf niet meten, classificeren of zichzelf een waarde toekennen (2097.6).

(g) Mechanisme, materialisme, is een filosofisch concept en als zodanig een geestelijk verschijnsel (2079.1) De mechanistische opvatting is op zichzelf juist een niet– materieel bewustzijnsfenomeen (2079.1). Een automaat kan geen theorie van automaten vormen (2080.3). De geestelijke flexibiliteit van een materialist ontzenuwt zijn eigen beweringen (2077.2).

(h) Machines kunnen niet liefhebben, kunnen niet weten, geen vertrouwen en geloof hebben, geen dienstbetoon betrachten aan andere machines, of zich schuldig voelen, noch zich bewust zijn van hun eigen identiteit of streven naar perfectie (2079.9; 2079.3; 2077.7–8).

(I) Indien de realiteit van het universum slechts een enorme machine is, dan moet de mens buiten het universum zijn, er los van staan om een dergelijk feit te kunnen onderkennen en zich bewust te worden van het inzicht van deze evaluatie (2079.7).

(j) Erkenning van filosofie kan niet opbouwend zijn wanneer deze voorbij gaat aan de filosoof. Iedere wetenschappelijke interpretatie is waardeloos, tenzij zij erkenning aan de wetenschapper schenkt (2080.4). Materialisme maakt de wetenschappelijke prestatie onmogelijk; als de waarde echt is kan het de prestatie niet al hebben geweten.

Verduidelijkende toevoeging v/d vertaler: Een automaat kan geen theorie vormen van automaten (2080.3).

Humanisme is de vergeefse poging om idealen te benoemen zonder persoonlijke God (2084.1). Het kan geen duurzame werking brengen in sociale verbeteringen (1087.2). Men kan humanistische loten enten op fundamenteel geestelijke, echter deze ervaring brengt sociale vruchten, geen geestelijke (1126.4–5).

Urantia Boek Doctrine van Realiteit: De Openbaring als Vervanging voor Metafysica

Metafysica is de filosofische poging om de hoogte en diepte te beschrijven van wat is en bestaat. Het is een mislukking gebleken. (1136.4–5; 1137; 1139.1).

Openbaring geeft daar waar wij er op ons zelf niet in slagen, een doctrine van de meest universele categorieën van bestaan, van wat “is”: Alle realiteit wordt vergoddelijkte realiteit of onvergoddelijkte realiteit; sommigen lijken met elkaar geïnterassocieerd. Realiteit is verder deelbaar in actueel en potentieel, absoluut en subabsoluut, existentieel en ervaringsgericht, persoonlijk en onpersoonlijk. (6–7)

Zelfs geopenbaarde leringen over werkelijkheid (kosmische realiteit) zijn geen absolute waarheid. We moeten een relatief concept kader gebruiken voor (logisch) denken (1260), onze begrippen zijn geconditioneerd o.a. door taal en het sterfelijk bewustzijn (1163). Levende waarheid is dynamisch en het beschouwen / verklaren van geestelijk zaken kan slechts plaatselijk nauwkeurig (423–5).

Ons eerste filosofisch postulaat is de IK BEN, de oneindige bron van alle werkelijkheid oorspronkelijk ongedifferentieerd. Terwijl de IK BEN de Eerste Bron en Centrum is, is het een hypothese die elk ervaringsconcept van de Universele Vader te boven gaat (1152–53).

Religieuze bewustzijnsontwikkeling bereikt eens het feit van de persoonlijkheid van het goddelijke, evoluerend in de erkenning dat persoonlijkheid inhoud, de verhouding tot andere en gelijkwaardige persoonlijkheden; en een idee van de drie–eenheid is geboren (31; 1145). Wij hebben geleerd de hoogste werkelijkheid voor te stellen als de Zeven Absoluten der Oneindigheid, van oorsprong, de Universele Vader; het Potentieel Absolute, het Ongekwalificeerd Absolute, en het Absoluut actuele van de Eeuwige Zoon, de Oneindige Geest, en Paradijs (13; 1155).

Filosofie wil weten hoe de Eerste Bron en Centrum betrekking heeft op niet– persoonlijke realiteiten buiten de drie–eenheid, en dit leidt tot het begrip van triniteit (1146ff). We moeten de complexiteit beseffen van de aangetoonde volgorde van de goddelijke persoonlijkheden, en eerste oorzaken en tweede oorzaken in aanmerking nemen (1298).

Het gehele universum is een levend organisme (1276), en de filosofie tracht de materiële segmenten van de wetenschap te identificeren met de voorstelling van het geheel (1222.6; 1227.7) hoe dan ook, in materiële of spirituele betrekkingen (647.6; 761.3; 138.7). Het hele evolutionaire proces kan worden samengevat als energie– materie gedomineerd door geest door de presentie en bemiddeling van persoonlijk bewustzijn (1274.75).

Filosofie van Bewustzijn

Het Absolute Bewustzijn is het bewustzijn van de Derde Persoon: het is niet te scheiden van de persoonlijkheid van God de Geest. Het unieke kenmerk van bewustzijn is dat het aan zo'n omvangrijke reeks levensvormen verleend kan worden. Door middel van zijn scheppende en geschapen medewerkers, verleent de Derde Bron en Centrum bijstand aan alle bewustzijn op alle werelden (54.7; 102–04).

Noot v/d vertaler: bovenstaande alinea is om vertaal technische reden rechtstreeks ontleend aan de betreffende verwijzing (102–04) in het UB.

De Absolute Geest (The Absolute Mind) is de Oneindige Geest die eindige geest schenkt welke tot ons komt via de plaatselijke Universum Moeder Geest2, die dienstbaar is aan alle denken via het geest– zwaartekracht circuit (54.7; 102–04)


2The Absolute Mind is the Infinite Spirit who bestows finite mind to us via the Local Universe Mother Spirit and who ministers to all mind through the mind gravity circuit.(54.7, 102–04) Mind is the connecting link between spirit and matter. (484, 1222.4–6, 1274.5–6, 1275.2).


Geest is de verbindende schakel tussen bewustzijn en materie. (484;1222.4–6 ;1274.5–6; 1275.2; 1271.1; 1110.4; 638.5; 140.5–6; 8.6).

De menselijke geest wordt uitgebreid gedomineerd door elektrische en chemische factoren (1199; 1207.5; 1213.2), echter er is ook een fragment van de inwonende Vadergeest (1104.5; 142). Er zijn veel belemmeringen voor het functioneren van de Gedachtenrichter (1199.7; 557.5; 103.6; 1199.5), contact met de Gedachtenrichter is mogelijk (1209.5; 1206, 2097). De grote uitdaging aan de moderne mens is het bereiken van betere communicatie met de Gedachtenrichter die in het menselijke bewustzijn woont.

Pre–intelligente, mechanische niveaus, die organisch op de omgeving reageren maar niet iets kunnen aanleren, zijn de domeinen van de fysische controleurs (730.3; 739.1). Geestfuncties zijn capabel tot leren van ervaring en zijn verbonden met de zeven assistent– bewustzijnsgeesten en dragen namen die het equivalent zijn van: intuïtie, begrip, moed, kennis, overleg, godsverering, en wijsheid (401–03; 378.6–7).

Jezus wees in de discussies over geest het idee af van bewustzijn als zijnde een bundel van sensaties zonder een functionele plaats (1479–80), en hij indiceert de Gedachtenrichter als bron van geestelijke eenheid (1479.7). Definities van ervaring (1123.3), wil (1431.5) en de rol van gevoel in herkenning en begrip (1219.5–6). (Waarden worden gevoeld 1120.1).

Het klassieke probleem van louter onderscheidende kennis wordt evenwichtig behandeld. Enerzijds is onze kennis relatief (1163;1260) gebaseerd op veronderstellingen (1139.5; 1141.7), anderzijds kunnen wij een tijdelijk samenhangende integratie geven van onze kennis (1109.4), en de correspondentie van ons bewustzijn met realistisch inzicht in de werkelijkheid (192; 1226.laatst), dankzij ons denken en spirituele gaven. Geest is het meest essentiële belang voor ons in de arena waarin wij vrij zijn om keuzes te maken die tot eeuwig leven leiden of in vergetelheid raken. (zichzelf vernietigen 1216 – 17).


Toegevoegde verduidelijking v/d vertaler omtrent de begrippen bewustzijn en denken in bovenstaand hoofdstuk Filosofie van Bewustzijn. Het bewustzijn. Het denkende, waarnemende en voelende mechanisme van het menselijk organisme. De totale bewuste en onbewuste ervaring. De intelligentie verbonden met het emotionele leven dat door godsverering en wijsheid omhoog reikt naar het niveau van geest. (8.8; 0:5.82).


Ethiek en Moraal

Wij zijn per definitie begiftigd met gevoeligheid voor ander bewustzijn (1123.4–6). God is de allerhoogste, en onze relatie met God is de basis van dienstbetoon, – plicht / verantwoordelijkheid (1284.5; 1585.3). Dienstbetoon is één van de drie werkelijkheidreacties van inherent kosmische bewustzijn in mensen (192). Ethische verplichtingen zijn universeel (616.4) en is inherent aan ons samenleven met andere wezens (300.4). Dienstbetoon staat op geen enkele wijze buiten het leven (555.2). In opklimming naar de opleidingswerelden blijven we verder leren (453; 494.3). Groot dienstbetoon is een vreugde (274.4), Godsverering is het hoogste voorrecht en de eerste plicht (303.5).

Ethiek is voortgekomen uit het filosofische postulaat over onveranderlijk gedrag van goede en slechte geesten (956.3; 961.7–8), en de resulterende gebodsbepalingen van plicht, rechtmatigheid en waarheid (963.5).

De Dalamatia– geboden van de Planetaire Prins (751.3) werden het patroon van de morele leringen van Adam en Eva (836.3) en van Melchizedek (1017.6). Deze grootse eenvoudige geboden waren waarlijk bevrijdend van duizenden taboes uit het verleden en beloofden uitdrukkelijk iets in ruil voor gehoorzaamheid (975.2). Het toppunt van deze ontwikkeling is Jezus' lering van het Grote Gebod (1901). Het Vaderschap van God en het hiermee gecorreleerde feit van de broederschap der mensen, is een nieuwe standaard van morele waarden (1859).

Terwijl wij zullen moeten doen wat we behoren te doen, onze plicht, moeten we niet worden gemotiveerd door prestatie en succes in de wetenschap van deze verplichtingen. De motivatie van vriendschap bijvoorbeeld, gaat alle plichtsgevoel te boven (1945.4); ware goedheid moet onbewust zijn (1583.1; 1862,3). Wat we zijn is belangrijker dan wat we moeten doen. Het rechtvaardig zijn, door geloof, moet vooraf gaan aan het rechtvaardig handelen in het dagelijks leven (1584.4). Jezus hield zich niet met ethiek bezig als zodanig (1862.3) voor hem was ethiek een resultaat van religie (1862.2). Het is niet Gods wil zijn wet te zijn, maar zijn wil te worden (1589.1).

De noodzaak van moraal is groot. Moraliteit is de noodzakelijke, pre–existente bodem voor het persoonlijke Gods– bewustzijn en spirituele groei (2096.2;1738.2). Op het vlak van de samenleving hebben we een tekort aan de zogenaamde “tweede mijl–gangers”. Vrijwillig dienstbetoon en toewijding (2084.5) en ethiek blijven achter bij de wetenschap (909.7). Samenlevingswerkers zijn in morele crises (2086.6) en het individu heeft ongeëvenaarde behoefte aan gerechtigheid (1086.6; 977.3).

Vluchten voor plicht is een ramp (1428.3). Kwaad is onvermijdelijk wil de mens waarlijk vrij zijn (615.4). Zonde moet opnieuw worden begrepen als een opzettelijke trouweloosheid tegen de Godheid (984.5; 754.5); als opzettelijke overtreding van de goddelijke wet, de wil van de Vader (1660.3–6).

De eerste opstand tegen de waarheid met planetaire consequentie was dat van Lucifer's bondgenoot Caligastia, onze Planetaire Prins, die de spitsvondigheden omarmde van persoonlijke vrijheid gescheiden van kosmische verplichting (613).

De volgende belangrijke planetaire blunder was de poging van Adam en Eva goed en kwaad te mengen (842.6). Zonde is in haar uitwerking nooit alleen maar plaatselijk, maar verdeelt de hele gemeenschap (761). De ervaring van het kwaad doen, de oogst ervan wordt in het verhaal van Judas (1998.5) onvergetelijk geportretteerd.

Goedheid is altijd contrasterend met mogelijk kwaad (1457.7), maar als wij vooruitgaan in geestelijke waarden, wordt kwaad steeds minder een reële mogelijkheid voor ons (1458.7). Religieuze ethiek verenigt de ethiek oprecht met dat van het streven naar waarden (435.8). Geloof vermeerdert moraal (1108.3), en de Richter maakt het ons mogelijk uit onze ervaring de hoogste morele concepten af te leiden (1045.6).

Ons is ingegeven dat onze idealen van broederschap een bovenmenselijke oorsprong hebben onder leiding van de Richter naar belangeloos, altruïstisch gedrag (1134.8).

Elke morele keuze leidt tot toenemende aanwezigheid van God in onze ziel (2095.4).

Jezus wijst ons een nieuwe weg naar zelfbeheersing; geen intellectuele onderdrukking, maar geestelijke expressie (1609); een actieve, positieve reactie is de nieuwe manier om verleidingen om te zetten (1738–39); en de Meester gaf de Gouden Regel een nieuwe betekenis (1650–51). Het instrueert de ander te behandelen zoals God zou doen. Vanuit dit perspectief is het nieuwe gebod geen verrassing: hebt elkaar lief zoals ik jullie heb lief gehad (1944).

Geschiedenis van de Filosofie

Omdat Openbaring wordt beperkt door de conceptuele verworvenheden van onze beschaving, is de status van filosofie te allen tijde deels een functie van de evolutie. Kennisgenomen hebbende van de blunders, “filosofie in afgescheidenheid” zijn dit — hieronder genoemd — de juweeltjes:

Melchizedek presenteert monotheïsme, een filosofische vooruitgang, een winst voor eendracht: alle schepping afgebeeld als het werk van één God. Deze waarheid kan niet worden onderschat en is alleen te verfraaien door de openbaring van triniteiten, secundaire oorzaken en Schepper Zonen.

De meest primitieve filosofische activiteit was het overwinnen van angst (990; 1004) en het begin van de ethiek (963). Zelfbeheersing en discipline hebben wijsheid mogelijk gemaakt (1006.6).

Naar het inzicht in de leer van Melchizedek hebben de Brahmaanse filosofen een hoog concept van de Absolute bereikt (1030), en de Boeddhisten ontdekten de relativiteit van alle waarheid (1039). Confucius leert het goddelijke patroon van het geringste aardse leven en Lao– Tse onderwees de waarheden van universele veroorzaking; doe goed voor kwaad, leven na de dood, geloven zoals een kind, de suprematie van God als doel, het belang van waarheid delen en van geweldloze actie (1033–34). De Griekse filosofen bevorderden wijsheid, moed, gematigdheid en recht (1078).

Rodan is een Alexandrijn's Grieks filosoof die ons de integratie laat zien van het Jezus' evangelie in een filosofie met accent op: verval, harmonie, en de kunst van leven. De documenten aan hem gewijd herinneren ons aan het belang intellectuele filosofie te integreren in het geheel van dynamisch leven (1772ff).

Jezus bijdrage in de wijsheid aan Urantia is deel van de commissie in zake de zelfschenking (1328.2). Hij onderwees dat filosofie alleen haar doel kan bereiken van eenheid in verbondenheid door (h)erkenning van de Paradijs Vader als oorzaak van materiële natuur en geestelijke waarden (1476.3). Jezus zag de beperkingen van intellectueel onderzoek. Hij onderwees de Griekse filosofen in Rama dat geestelijke realiteiten, intellectuele feiten afwerpen als hun schaduw (1641.3) De maatstaf voor ware waarden is goddelijk (1457), en liefde, de grootste realiteit in het heelal, is de bron van waarheid, schoonheid en goedheid (2047.5). De essentie in elke filosofie van het leven is om de wil van de Vader te zoeken en te doen (1433). Jezus onderwees de morele, zelfbewuste natuur van de ziel (1478) en onderwees een nieuwe manier van goedheid – bepaald door ware waarden – (1609; 1457–58). Jezus plaatst persoonlijkheid in het centrum van zijn filosofie (1434) en leert dat wij deel uit maken van een vriendelijk universum (1477.3).

Jezus gaf redevoeringen over de Werkelijkheid (1433), Tijd en Ruimte(1439), Wetenschap (1476), de Ziel (1478) en Geest (1479). Jezus begreep het primaat van geloof tot de filosofie (1459) en van waarheid tot kennis en wijsheid (1435.3); hij kent de beperkingen van dodelijke logica (1476). Hij waarschuwde tegen het formaliseren en dogmatiseren van denken (1459.3) en statische concepten (1436.2).

Hij verduidelijkt het begrijpen van het zelfbewustzijn als geheel, dat het meer is dan de som van louter gewaarwordingen (1479). Hij doordringt voor ons de aard van tijd en relateert dit inzicht naar een dienstbaar idee van doorlopende tijd (1439). Hij definieert de aard van de wil (1431.5) en presenteert in de bekende Bergrede een prachtige filosofie van het leven (1572.5).

In de hedendaagse wereld concurreren materialisme, humanisme en godsdienstfilosofie. Alle drie zijn partieel en moeten worden geharmoniseerd middels openbaring (1090.5). De filosofen moeten gedichten lezen, lachen, humor gebruiken (549).

Epigrammen, Attitudes en Filosofie van het dagelijks leven

Jezus drukt meestal zijn filosofie niet uit in redevoeringen of verhandelingen maar in een gelijkenis of parabel. Filosofie zoals het meest leefbaar en begrijpelijk is, in korte expressies zoals we deze kunnen vinden in de correlatie “Morontia– Mota en de Niveaus van de Menselijke filosofie”. (556–57).

Wetenschapsmensen en religieuze mensen dienen te beseffen dat ze terechtstaan voor de rechtbank van menselijke nood. (…) (1457.4)
Volgens Dr. J. Wattles geldt dit eens te meer voor de filosofie. Mogelijk doelt Wattles hierbij op de volgende bepaling: Filosofie moet altijd meer zijn dan wetenschap (1079.4; 480.2; 1012.3; 1457.2)

 


1ste Concept vertaling in 2010: Bert Volkers inclusief schriftelijke toestemming Dr. J. Wattles.
Herziene vertaling oktober 2013 in samenwerking met Jaap Terra / www.urantia.nl.

 


 Home | Sitemap | Laatste wijziging: 15 september 2017